Over waarheid

Veel conflicten gaan over – of hebben betrekking op – de vraag “wat waarheid is”. Wanneer we uitspraken doen over “waarheid,” geven we verklaringen over de toestand van de werkelijkheid. De vraag is dan wat die werkelijkheid precies is en hoe we die kunnen kennen. Het feit dat er verschillende opvattingen over de waarheid mogelijk zijn impliceert niet noodzakelijkerwijs dat “waarheid” per definitie subjectief is – hoewel subjectieve interpretaties natuurlijk wel een rol spelen in hoe de waarheid wordt “beleefd”. De kwestie welke waarheid als de “ware waarheid” moet worden beschouwd, maakt impliciet deel uit van veel conflicten. Het belang van context en taal in dit proces mag daarbij niet worden onderschat.

“Waarheid” is een begrip dat verwijst naar een veelheid van mogelijke situaties en naar hun onderlinge verhoudingen. Daarbij moeten we het onderscheid maken tussen de validiteit van de redenering en het waarheidsgehalte van de premissen. Niet elke valide redenering heeft ware premissen:  “alle mensen deugen. Trump en Poetin zijn mensen. Trump en Poetin deugen” is een logisch consistente redenering maar het is duidelijk dat ze niet voor iedereen even aannemelijk zal zijn omdat de premisses ter discussie kunnen worden gesteld. 

Er zijn minstens vier perspectieven van waaruit op waarheid aanspraak kan worden gemaakt. Elk van die perspectieven belicht een andere dimensie van de werkelijkheid en van onze relatie ertoe en allemaal beïnvloeden ze elkaar. 

Waarheid als transcendent gegeven plaatst de drijfveren voor menselijk handelen buiten de direct waarneembare werkelijkheid. Ze wordt vaak geassocieerd met metafysica en religie, waarin externe krachten, hogere machten of abstracte idealen bepalend zijn. Die kunnen afkomstig zijn van God maar ook vanuit wetenschappelijke doctrines of vanuit autoriteit. 

Waarheid als coherentie zoekt naar samenhang en logische consistentie binnen een systeem van overtuigingen, dat zowel individueel (een persoonlijk wereldbeeld) als collectief (een wetenschappelijke theorie, een ideologie) kan zijn. Waarheid is hier datgene wat binnen dit raamwerk klopt. Er bestaat een “universele waarheid” als een geobjectiveerd geïnternaliseerd idee dat al dan niet correspondeert met de subjectieve ervaring. 

Waarheid als concept is geworteld in individuele ervaring en subjectieve beleving. Het benadrukt de rol van persoonlijke interpretatie en emoties in de beleving van waarheid. Dit betekent echter niet dat elke subjectieve mening gelijk is aan een objectief feit. Waarheid is hier een mentale constructie die overeenkomt met persoonlijke ervaringen en gevoelens, maar die geen onafhankelijke, objectieve status hoeft te hebben. Dit perspectief erkent dat de betekenis van waarheid sterk wordt beïnvloed door persoonlijke percepties en emoties.

Waarheid als correspondentie baseert zich op zintuiglijke waarneming en het idee dat er een objectieve werkelijkheid bestaat onafhankelijk van onze waarneming. Onze zintuigen zijn een belangrijke bron van informatie over die werkelijkheid maar onze waarneming is beperkt en ze wordt vaak vertekend – door cognitieve bias, bijvoorbeeld. We zien een concreet gegeven als een objectieve grond voor waarheid dat overeenstemt met een geabstraheerd concept van waarheid. Het gaat hier over een feitelijke, geobjectiveerde consistentie. Bijvoorbeeld: Volgens het verkeersreglement heeft verkeer van rechts voorrang. Ik kwam van rechts. Ik had voorrang.

Door deze perspectieven van elkaar te onderscheiden, te benoemen en bespreekbaar te maken en door ze te verbinden met de specifieke context waarop de waarheidsaanspraken betrekking hebben, kan de ruimte worden gecreëerd waarin conflicterende partijen zich ertoe verleid kunnen voelen om flexibeler om te gaan met eerder ingenomen standpunten. Subjectieve interpretaties hebben niet alleen een individuele maar ook een sociale dimensie – een dimensie die wordt gekleurd door de context waarbinnen het conflict zich situeert.