Maieurgistiek

Bemiddeling – of ze nu transactioneel of transformatief is – veronderstelt dat conflicten geheel of gedeeltelijk oplosbaar zijn binnen een gedeeld kader van rationaliteit en dialoog. De bemiddelaar is een neutrale en onpartijdige derde  die de conflicterende partijen moet helpen om de gemeenschappelijke belangen te identificeren en tot een aanvaardbaar compromis te komen. 

Bij transactionele bemiddeling ligt de focus op het bereiken van een onderhandelaar compromis. Een voorbeeld hiervan is de bemiddeling zoals beschreven in het Gerechtelijk Wetboek. Bij transformatieve bemiddeling ligt de nadruk op het herstel van de relaties. Beide modellen hebben geen kans op slagen zonder het onvoorwaardelijke engagement van alle betrokken partijen om uit het conflict te willen stappen. 

Traditionele bemiddelingsmodellen werken binnen de bestaande structuren van de macht waardoor de onderliggende antagonismen zelden verdwijnen. 

Ook de neutraliteit van de bemiddelaar maakt dat de fundamentele ordening van de machtsstructuur van het conflict onaangeroerd blijft. Daarbij zijn de epistemologie en de ontologie van de context van een conflict niet alleen bepalend voor de fundamentele ordening die de antagonie doet ontstaan en bevestigt, maar ook de factoren die de schadelijke interacties legitimeren.

Klassieke bemiddelingsinterventies zijn ontoereikend om fundamentele antagonisten tot echte pluraliteit te bewegen: ze gaan voorbij aan de impact van het conflict als context.

Relational Frame Theory (RFT) maakt het onderscheid tussen “het conceptuele zelf” en “het zelf als context”. Het eerste is de verzameling verhalen die we over onszelf maken; het tweede is het vermogen om op te merken dat al die verhalen slechts gedachten zijn die we over onszelf hebben. Hetzelfde idee kan worden toegepast op “het conceptuele wij” en “het wij als context”. “Het conceptuele wij” betreft de aannames en overtuigingen over de relatie; “het wij als context” betreft het vermogen om van die verhalen los te kunnen komen en ze te kunnen zien als aannames die veranderd kunnen worden.

Het verschuiven van het narratief van een “wij-als-context in conflict” naar dat van een “wij -als-context op zoek naar verbinding” is een interventie die zich richt op de architectuur van een gedeelde ruimte waarin pluraliteit ten volle kan worden gecultiveerd. Ze kadert in een praktijk die ik “maieurgistiek” zou durven noemen.

De term “maieurgistiek” is afgeleid van maieutiek (de Socratische vroedkunde) en ergon (werk, schepping). Net zoals Socrates zijn gesprekspartners geen antwoorden gaf maar hen via dialoog de kans gaf van hun eigen inzichten te bevallen, helpt de maieurg conflicterende partijen bij het creëeren van een ruimte waarin ze hun conflict van de schadelijke gevolgen kunnen ontdoen.

Maieurgistiek verwerpt het idee dat bemiddeling een neutraal proces kan zijn. Maieurgistiek werkt niet alleen aan de relationele dynamiek: het grijpt in op de structurele en epistemische kenmerken van het conflict zelf.

Maieurgistiek vertrekt van het idee dat een conflict niet oplosbaar moet zijn maar dat het opnieuw kan worden geconfigureerd in een structuur waarin het zijn destructieve karakter verliest. Dit proces verloopt in drie fasen, waarbij de bemiddelaar geen neutrale begeleider is, maar een transformatieve kracht.

In de eerste fase neemt de maieurg de taak op zich van de demiurg, de scheppende kracht uit Plato’s Timaeus. De demiurg is geen neutrale bemiddelaar maar de architect van de context waarin het conflict zich verder kan ontwikkelen. Hij construeert een publieke ruimte waarin het conflict niet wordt onderdrukt maar wordt erkend als een legitiem fenomeen. De demiurg bepaalt de epistemische en institutionele voorwaarden waarin betekenisgeving en herstructurering van relaties mogelijk wordt. Hij creëert de voorwaarden waarin antagonisten elkaar niet als vijanden maar als co-constructeurs van een publieke dialoog kunnen benaderen. Hij ontwerpt het “wij-als-context op zoek naar verbinding” op basis van universele ideeën die alle antagonisten – hoe uiteenlopend ook – fundamenteel gemeenschappelijk hebben. In elke antagonistische relatie bestaan gedeelde structuren – ook al worden ze verschillend geïnterpreteerd. De rol van de demiurg is om deze latente structuren zichtbaar te maken en er een gemeenschappelijk kader uit te distilleren.

Eens de publieke ruimte is gecreëerd moet de demiurg ervoor zorgen dat het proces blijft bestaan. Hij wordt een stabiel referentiepunt waarop de interacties zich kunnen oriënteren. De antagonisten behouden de regie over hun proces maar ze stemmen hun interacties en de betekenis die eraan gehecht wordt af op de nieuwe context waarin het conflict wordt geconstrueerd. De demiurg wordt een onbewogen beweger: hij grijpt pas in als de structuur dreigt te imploderen of als discursieve dominantie de balans in de publieke ruimte dreigt te verstoren. Het verschil met klassieke bemiddeling is dat de maieurg geen procesbegeleider is maar een stabiliserende kracht op de achtergrond. Hij vertegenwoordigt een metafysisch gedeeld ideaal – het einddoel dat de antagonisten gemeenschappelijk hebben. De onbewogen beweger beweegt niet: hij is de doeloorzaak van de antagonisten in beweging.

In de laatste fase internaliseren de partijen de structuur en de werking van de publieke ruimte – de nieuwe context – en nemen ze de rol van de demiurg over. Ze construeren de nieuwe relaties op basis van gedeelde betekenisgeving en opnieuw gedefinieerde ervaringen van evenwaardigheid en wederkerigheid. 

Maieurgistiek verschilt fundamenteel van andere bemiddelingsvormen omdat het de relationele interacties herstructureert op basis van het herdefiniëren van de epistemische en ontologische fundamenten van het conflict. 

Door niet allen oog te hebben voor relationele transformatie maar vooral voor de context van het conflict – die de relaties in het conflict bepaalt – biedt maieurgistiek een stevige basis voor conflictmanagement dat verder gaat dan incidentele interventies die vastlopen op doorgedreven antagonistische stellingen die zich niet laten vatten door klassieke bemiddelingsstrategieën.