De kracht van syllogismen
Misschien wel het belangrijkste kenmerk van conflicten is dat mensen langs elkaar heen lijken te praten – zelfs wanneer ze oprecht proberen hun standpunt uitgelegd te krijgen. Een van de oorzaken daarvan is dat hun redenering niet expliciet is — ze spreken wel hun oordeel uit, maar niet de logica die eraan ten grondslag ligt.
Voor bemiddelaars, vertrouwenspersonen en Papsy’s die tussenkomen in conflicten is het cruciaal om die redenering mee zichtbaar te maken. Een krachtig instrument daarvoor is het syllogisme.
Wat is een syllogisme?
Een syllogisme is een eenvoudige logische structuur die een redenering opsplitst in drie delen:
1. P1 – de eerste premisse: een algemene overtuiging, regel of waarde waarop iemand zich baseert.
2. P2 – de tweede premisse: een toepassing van die regel op een concrete situatie.
3. C – de conclusie: het oordeel dat iemand daaruit trekt.
Het allerbekendste voorbeeld:
- P1: “Alle mensen zijn sterfelijk.”
- P2: “Socrates is een mens.”
- C: “Socrates is sterfelijk.”
Het belang van een syllogisme is dat het helder maakt wat iemand als waarheid aanneemt, hoe hij of zij een situatie interpreteert, en welke normatieve uitkomst daaruit volgt.
De casus: een virale knuffel en de morele reacties
Een voorbeeld waarin zulke redeneringen scherp naar voren komen, is een recente discussie die ik had op LinkedIn. Tijdens een concert van Coldplay werd een “kiss-cam”-moment vastgelegd: een knuffelende CEO en zijn HR-directrice terwijl ze beiden getrouwd bleken met iemand anders. De video werd massaal gedeeld en riep uiteenlopende reacties op.
Ik schreef een reflectie over de gebeurtenis. Mijn stelling was dat het niet de knuffel zelf was die zo veel beroering veroorzaakte, maar wel de verschillende manieren waarop mensen betekenis geven aan wat er “hoort”. Ik probeerde onder de aandacht te brengen dat er altijd meerdere waarheden tegelijk actief zijn – afhankelijk van de bril waarmee er naar de waarheid wordt gekeken. Om dit te illustreren, deelde ik ook een stilstaand beeld van het bewuste moment – een beeld dat ondertussen het hele internet had overspoeld.
Mijn bijdrage kreeg veel respons — maar ook kritiek.
Bob uitte zijn bezorgdheid over het feit dat ik met het gebruik van de afbeelding bijdroeg aan de publieke veroordeling van twee mensen die waarschijnlijk nooit om deze aandacht hadden gevraagd. Hij vond dat ik het spektakel waar ik zogezegd kritiek op wou uiten, zelf in de hand werkte.
Onze standpunten waren beide coherent maar ze vertrokken van fundamenteel verschillende aannames. Hier biedt het syllogisme inzicht.
Het standpunt van Bob:
- P1: Wie een afbeelding verspreidt die mensen schaadt, draagt bij aan morele veroordeling.
- P2: Walter verspreidt een afbeelding die mensen schaadt.
- C: Walter draagt bij aan morele veroordeling en handelt dus onethisch.
Deze redenering is intern consistent. Bob redeneert vanuit een normatief ethisch standpunt waarin het beschermen van personen centraal staat. Zijn P1 is rationeel en transcendent: de waarde van privacy en integriteit overstijgt de individuele context.
Mijn standpunt:
- P1: Moreel bewustzijn ontstaat door publieke frictie en het zichtbaar maken van botsende perspectieven.
- P2: De afbeelding is bekend bij het grote publiek
- C: Het delen van de afbeelding draagt bij aan moreel bewustzijn.
Ook dit syllogisme is coherent. Alleen: ik redeneerde vanuit een ander paradigma: het gesprek zelf – inclusief het ongemak – is de plek is waar ethiek ontstaat. Dat uitgangspunt is relationeel en immanent: de gedeelde ervaring van het publieke gesprek is de bron van morele betekenis.
Wat leert dit ons?
De botsing tussen mij en Bob is geen klassieke “meningsverschil over feiten”. Het is een botsing tussen twee discursieve logica’s — twee manieren om tot moreel oordeel te komen. Dat is precies waar het discursieve kwadrantenmodel nuttig wordt.
Het discursieve kwadrantenmodel helpt om elk deel van een redenering (P1, P2, C) te positioneren volgens twee assen:
- de epistemische as: komt de waarheid uit ervaring of uit principe?
- de ontologische as: is het spreken gericht op autonomie of op verbondenheid?
Zodra we elke premisse en conclusie in dit raster plaatsen, kunnen we:
- incoherente redeneringen blootleggen (bijv. als P1 en P2 uit verschillende kwadranten komen),
- botsende wereldbeelden herkennen (bijv. als twee partijen andere waarheidsbronnen hanteren),
- en constructieve dialoog mogelijk maken door te zoeken naar interne afstemming vóór we de vergelijking maken.
Praktisch: hoe gebruik je dit als bemiddelaar?
Als bemiddelaar, paps of vertrouwenspersoon kun je het volgende stappenplan hanteren:
1. Ontleed het standpunt van elke partij in P1, P2 en C.
- Wat is de algemene regel of overtuiging die elke partij hanteert?
- Hoe wordt die toegepast op de concrete situatie?
- Wat wordt daaruit afgeleid?
2. Plaats elk deel in het kwadrantenmodel.
3. Zoek eerst interne coherentie. Zitten alle elementen van het syllogisme in hetzelfde discoursveld? Indien niet: benoem de spanning.
4. Pas dan leg je de syllogismen van beide partijen naast elkaar. Dan blijkt of het conflict inhoudelijk is of dat het raakt aan fundamenteel verschillende werkelijkheden?
Wat als die afstemming ontbreekt?
Zonder interne helderheid ontstaan vaak de volgende problemen:
- Argumentatieve ruis: mensen begrijpen elkaars kernpunt niet.
- Positionerende reacties: “Jij begrijpt me niet!” of “Jij bent hypocriet!”
- Oneigenlijke moralisering: aanvallen op de persoon in plaats van het betoog.
Het gevolg: escalatie, defensiviteit en meer afstand.
Conclusie
Het analyseren van redeneringen als syllogismen en de koppeling aan het discursieve kwadrantenmodel biedt een krachtige methode om ethische en morele conflicten helder te krijgen. Het maakt zichtbaar hoe mensen denken, waar ze vandaan komen in hun oordeel en waarom ze dus botsen.
Zo ontstaat er ruimte voor een gesprek waarin verschillen niet alleen erkend, maar ook beter begrepen worden. En dat is al een hele stap op de weg naar een echte ontmoeting.

Deel op: